Recht op zorg, maar toch in de steek gelaten

Essay over geestelijke gezondheidszorg voor vluchtelingenkinderen  

Fleurtje Roos-Schornagel is jeugdarts en momenteel bezig met haar tweede fase-opleiding tot arts M+G. Binnen de opleiding schreef ze een essay over de ontbrekende jeugd-GGZ voor kinderen in AZC’s. Haar doel? Bewustwording creëren en mensen activeren.  

‘Ik ben altijd op zoek naar wat ik kan doen om meer impact te maken op de gezondheid van kinderen’, zegt Fleurtje. Die motivatie bracht haar als jeugdarts naar een plek waar nog veel te winnen valt: het AZC.

Een moeilijke puzzel

Fleurtje ontdekte dat haar rol als jeugdarts bij het AZC niet eenvoudig is. Ze werkt met een kwetsbare doelgroep, binnen een systeem van ingewikkelde regelingen en complexe zorgvragen. Hoewel de tweede fase-opleiding haar hierop had voorbereid, overrompelde de realiteit haar toch. ‘Je bent een spin in het web waarin je alles aan elkaar moet koppelen. Je moet rekening houden met het sociale domein, onderwijs, beleid van gemeenten en de landelijke politiek, maar natuurlijk ook de zorg.’

Ze ontdekte hoe versnipperd het systeem is. ‘Er zijn veel partijen betrokken rondom de zorg voor kinderen in het AZC en het is niet altijd duidelijk wie nu precies waarvoor verantwoordelijk is. Hierdoor is het moeilijk om dingen op gang te brengen. Daar lijdt de zorg dan weer onder. En de grootste zorg is dat vluchtelingenkinderen dáár dan weer onder lijden.’

'Mijn hart ligt bij die kinderen’

Ondanks alle complexiteit werkt Fleurtje graag bij het AZC. Als ze erover vertelt, is haar passie voelbaar. ‘Mijn hart ligt bij die kinderen. Ze hebben dingen meegemaakt in hun land van herkomst waar de meesten van ons zich niks bij kunnen voorstellen. Denk aan een stapeling van oorlog, geweld en mishandeling. Ze verdienen hulp, net als ieder ander kind in Nederland.’

Toch krijgen ze die hulp lang niet altijd. Door lange wachtlijsten, de complexiteit van hun zorgvraag en omdat er taal- en cultuuroverbruggend gewerkt moet worden, worden deze kinderen vaak geweigerd door GGZ-aanbieders. Omdat ze de middelen er niet voor hebben. Daarnaast zijn er te weinig GGZ-aanbieders beschikbaar die passende zorg kunnen bieden voor deze kinderen. Dat is iets wat Fleurtje zichtbaar raakt. ‘Puur omdat ze op een AZC wonen en geen Engels of Nederlands spreken, krijgen ze geen zorg. Dat kan echt niet: dat is discriminatie.’  

Daarom stelt ze in haar essay de volgende oplossing voor: de inzet van een mobiel jeugd-GGZ team die passende en laagdrempelige ondersteuning kan bieden zonder onnodige lange wachtlijsten. ‘Je moet niet vastgebonden zijn aan één plek of één AZC. Het bereik van een mobiel team is groter en zichtbaar aanwezig voor de kinderen en hun ouders, waardoor je meer mensen kan helpen.’

Hogere zorgkosten voorkomen

Ook al wonen ze nu in een land zonder oorlog, Nederland is niet meteen een veilige haven voor de kinderen in een AZC, vertelt Fleurtje verder. ‘Soms verhuizen ze wel acht keer per jaar. Dat zorgt voor nog meer onrust en instabiliteit, terwijl ze vaak al veel mentale klachten ervaren. Als je niet tijdig ingrijpt, wordt de problematiek nog groter.’  

Niet alleen deze kinderen en hun ouders hebben baat bij goede zorg. Volgens Fleurtje is het ook bevorderlijk voor de maatschappij om te investeren in deze kinderen. ‘Als je hen een goede, veilige basis geeft, is de kans veel groter dat ze met succes onderwijs volgen. Zo vergroot je de kans op toekomstige arbeidsparticipatie en voorkom je hoge zorgkosten op latere leeftijd. Iets waar de maatschappij ook van profiteert.’  

Op de kaart zetten

Met haar essay wil Fleurtje de kern, ernst en oplossing van het zorgprobleem in AZC’s zichtbaar maken. Tijdens de tweede fase-opleiding arts M+G leert ze hoe ze dit soort vraagstukken politiek en bestuurlijk kan agenderen. ‘Ik begrijp nu beter hoe het systeem werkt, bij wie ik aan tafel moet zitten en hoe ik invloed uit kan oefenen’, zegt ze. Tegelijkertijd ziet ze hoe weerbarstig de praktijk is. ‘Het is lastig in te schatten of mensen echt openstaan voor oplossingen of überhaupt het probleem ook echt willen inzien. Dit soort problematiek vraagt om de lange adem en door de 4-jaar durende politieke termijnen is het vaak moeilijk om plannen door te voeren met langdurige impact.’  

Maar ondanks dat, blijft ze zich inzetten. ‘Deze kinderen moeten geholpen worden, daar blijf ik mij hard voor maken.’ Met haar essay zet ze een mooie stap: ze maakt het probleem zichtbaar, laat zien dat er altijd oplossingsrichtingen zijn en ze brengt het gesprek op gang.

Zodra het essay van Fleurtje is gepubliceerd, delen we dit via artsmg.nl.