Als zorg beschikbaar is, maar onbereikbaar

Op het spreekuur van het asielzoekerscentrum (AZC) zie ik Ahmed, een 5-jarige Syrische jongen, samen met zijn moeder en zusje. Het gezin vluchtte ruim twee jaar geleden. Eerder kreeg Ahmed de diagnose ADHD. Op zijn Nederlandse basisschool loopt hij vast: hij is prikkelgevoelig, snel boos en agressief naar klasgenoten en leerkracht. De school kan geen één-op-één begeleiding meer bieden. Ahmed zit thuis. Moeder vraagt wat ik kan doen.
‘Hij past niet in ons aanbod’
Ik denk na. Wat zien we hier? ADHD? Trauma? Hechtingsproblematiek? Ontwikkelingsachterstand? Waarschijnlijk een combinatie. Ik verwijs voor diagnostiek en behandeling in de jeugd-GGZ, terwijl we dagbesteding proberen te regelen voor structuur en de sociale ontwikkeling van de jongen.
De reactie van een grote GGZ-aanbieder volgt snel: hij past niet bij ons aanbod. Reden: geen vaste verblijfplaats, taalbarrière en kans opverhuizing waardoor behandeling niet kan worden afgerond. Gevolg: Ahmed blijft thuis, met oplopende spanning binnen het gezin.
Stapeling van risico’s
De situatie van Ahmed staat niet op zichzelf.Vluchtelingenkinderen hebben een sterk verhoogd risico op psychische problemen, maar bereiken de jeugd-GGZ juist minder goed. Ik zie het veel te vaak in mijn spreekkamer. Het is een medisch probleem én een systeemprobleem.
Veel van deze kinderen maken vóór, tijdens en na de vlucht meerdere traumatische gebeurtenissen mee. Oorlog, verlies van familie, geweld en ontworteling worden gevolgd door chronische stress in opvangsituaties. Vluchtelingenkinderen leven op AZC’s in onzekerheid over verblijfsstatus, moeten frequent verhuizen en leven met ouders die zelf psychisch overbelast zijn door trauma’s.
In de praktijk zie ik dat terug in gedragsproblemen, angst, somberheid, slaapproblemen en concentratieproblemen. Vroege signalering van psychische klachten bij vluchtelingen is daarom cruciaal. Maar waar kunnen deze vluchtelingenkinderen vervolgens terecht?
Waarom reguliere jeugd-GGZ tekortschiet
Het jeugd-GGZ-landschap voor vluchtelingenkinderen is ontoereikend. Dit blijkt onder andere uit een ondervertegenwoordiging van vluchtelingenkinderen in lichtere jeugdhulp en juist oververtegenwoordiging in specialistische GGZ. Dit komt vooral door drie knelpunten:
1. Te laat in beeld
Kinderen in AZC’s worden vaak pas verwezen als problemen escaleren: agressie, schooluitval en crisissituaties. Dit komt onder andere doordat COA-medewerkers en voogden van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) overbelast zijn en daarmee hun gidsrol onvoldoende kunnen uitvoeren.
2. Onvoldoende cultuur- en taalsensitief werken
Psychische klachten worden in sommige culturen anders geduid of zijn beladen met schaamte. Tolken worden maar beperkt ingezet binnen de jeugd-GGZ. Zonder tolk en cultuursensitieve benadering missen we informatie, blijft therapie oppervlakkig en haken gezinnen af.
3. Gebrek aan eigenaarschap in de jeugd-GGZ
Kinderen zonder vaste woonplaats of met kans op verhuizing worden gezien als “risicovol” voor behandeltrajecten. Maar mobiliteit is geen medisch exclusiecriterium. Het is een systeemfactor waarvoor we zorg anders moeten organiseren, niet weigeren.
Hoe kan het wél?
We weten dat vroege psychosociale interventie beschermt tegen ernstige stoornissen op latere leeftijd en zorgconsumptie kan verminderen. Wachten tot stabiliteit in verblijf of taalbeheersing is bereikt, betekent in de praktijk: behandelen als schade al is opgelopen.
Een kansrijke aanpak zie ik in een mobiel jeugd-GGZ-team gekoppeld aan AZC’s: POH-jeugd, jeugdhulpverlener en psycholoog die outreachend werken op locatie met een integrale aanpak. Preventieve aanpak waar dat kan, specialistisch waar nodig.
Dat biedt veel voordelen voor ons als medici. Zo kunnen we vroeg signaleren in de leefomgeving van het kind en ontstaan korte lijnen met COA, scholen, JGZ en huisartsen. De zorg kan laagdrempelig en gefaseerd worden aangeboden: van psycho-educatie en ouderbegeleiding tot diagnostiek en behandeling. Ook zal de zorg beter aansluiten bij de doelgroep, doordat professionals gewend zijn te werken met tolken en traumaproblematiek. Zo verplaatsen we de zorg naar het kind, in plaats van te wachten tot het kind “past” in het systeem.
Gemeenten aan zet
De wettelijke verantwoordelijkheid voor inburgering en jeugdhulp ligt bij gemeenten. Het is daarom aan hen om initiatief te nemen voor een mobiel jeugd-GGZ-team. Gemeenten moeten er ook op toezien dat álle kinderen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Kinderen hebben namelijk recht op gezondheidszorg. Dat ligt vast in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin ook staat dat vluchtelingenkinderen recht hebben op extra zorg. De status of fase van de IND-procedure mag geen verschil maken bij toegang tot GGZ; dat zou discriminatie zijn.
Terug naar Ahmed
Voor Ahmed zou een mobiel jeugd-GGZ-team betekenen: sneldiagnostiek, ouderbegeleiding, traumagerichte screening en ondersteuning op school of dagbesteding, ook als het gezin over drie maanden verhuist.
Als artsen zijn we gewend risico’s vroeg te behandelen om complicaties te voorkomen. Voor vluchtelingenkinderen zou dat niet anders moeten zijn. Psychische zorg hoort bij basale kindzorg, óók achter de poort van het AZC.
Nu – bijna een jaar later – gaat Ahmed nog steeds niet naar school. De dagbesteding is wel gestart, waardoor hij verdere begeleiding krijgt in zijn ontwikkeling, maar helaas is Ahmed nog steeds niet bij GGZ in beeld. Via het wijkteam zal moeder binnenkort opvoedondersteuning krijgen.
Deze blog is onderdeel van De Jeugdartsblog. Een initiatief van de jeugdartsen van JGZ Kennemerland.
Referenties
- Eerste & Tweede Kamer. Jeugdwet. Den Haag : sn,2015.
- Verenigde Naties (VN). Verdrag inzake de rechten van het kind, New York,20-11-1989. New York : sn, 1989.
- Kuil, Marjolein van der. STRUCTUUR, STEUN EN STABILITEIT. Mentalezorgverlenging voor kinderen in de asielopvang en wat daarvoor nodig is. sl :Werkgroep Kind in azc, 2024.
- Ilse Verhagen, Mariëtte Hoogsteder en Irma Hein. Toolkit Tijdig signaleren vanpsychosociale problemen bij vluchtelingenkinderen in de jeugdgezondheidszorg.sl : AJN, 2022.
- Phildy Asamoah, Maartje Gardeniers. Gevlucht en geland. Psychosociale steun enmentale zorg in Nederland voor jongeren met een vluchtachtergrond. sl : Pharos,2023.



