Vaccinatiegraad in 2018 stabiel gebleven

UTRECHT – 25 juni 2019. Op 25 juni werd bekend dat op Urk bij negen kinderen en een volwassene mazelen is vastgesteld, voor het eerst sinds 2013. Urk kent een vaccinatiegraad van slechts 58,8 procent en is daarmee “een aandachtsgebied”. Er is volgens GGD Flevoland echter geen sprake van een uitbraak, aangezien het om tien mensen uit twee gezinnen gaat, die nauw contact met elkaar hebben. In geheel Nederland is de vaccinatiegraad in 2018 gelijk gebleven ten opzichte van 2017, waarmee de dalende trend gestopt lijkt.

De GGD Flevoland houdt de situatie op Urk vanzelfsprekend wel actief in de gaten en heeft intensief contact met de scholen en met de huisartsen. De mogelijkheden worden bekeken om mensen te vaccineren of antistoffen toe te dienen, met specifieke aandacht voor risicogroepen zoals zeer jonge kinderen, mensen met een afweerstoornis en zwangere vrouwen.

Natuurlijke afweer

Iedereen die al mazelen heeft gehad of er tegen is gevaccineerd, loopt geen risico. Hoewel de vaccinatiegraad op Urk laag is, is er wel sprake van een natuurlijke afweer, omdat veel bewoners de ziekte hebben doorgemaakt. De situatie is niet zodanig alarmerend, dat er reden is om vervroegde vaccinatie aan te bieden aan kinderen jonger dan veertien maanden. Ouders die zich desondanks zorgen maken, kunnen contact opnemen met de GGD, of met het consultatiebureau.

Lichte stijging

Het nieuws van mazelen op Urk komt zeer kort nadat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de voorlopige cijfers bekendmaakte over de landelijke vaccinatiegraad in 2018. Die is, in vergelijking met 2017, stabiel gebleven. Hiermee lijkt de dalende trend zich niet verder door te zetten. De cijfers voor kinderen die in 2017 of later zijn geboren, laten zelfs een lichte stijging zien.

Gesprekstrainingen

Het stabiel blijven van het infectierisico is volgens GGD GHOR Nederland en ActiZ Jeugd deels te danken aan een aantal verschillende initiatieven, zoals lokale vaccinatieallianties, gerichte voorlichting door gemeenten en GGD’en en onderzoek naar de beweegredenen van ouders om al dan niet te vaccineren. Voor deze laatste, tijdsintensieve activiteit heeft de staatssecretaris aangegeven extra middelen beschikbaar te willen stellen, bijvoorbeeld in de vorm van aanvullende gesprekstrainingen voor professionals.

Als arts infectieziektebestrijding ben je nauw betrokken bij het veilig en gezond opgroeien van alle kinderen in Nederland. Daar hoort vaccineren tegen mazelen bij, maar ook tegen bijvoorbeeld kinkhoest. Het draagt daarnaast bij aan de groepsbescherming voor anderen die geen vaccinatie hebben gehad. Artsen infectieziektebestrijding komen te werken bij GGD’en, bij landelijke instellingen en bij onderzoeksinstituten.

2019-07-18T09:45:43+00:00