5 vragen aan jeugdarts Hajo Krol

Hajo Krol werkt als jeugdarts bij GGD regio Utrecht. Voor Hajo sluit het werk naadloos aan op zijn interesses en drijfveren. ‘Huisartsgeneeskunde, psychiatrie en kindergeneeskunde leken mij de drie meest interessante disciplines binnen de geneeskunde. Daar heb ik in mijn werk als jeugdarts een mooie combinatie in gevonden.’

Afgelopen jaar rondde Hajo zijn profielopleiding tot jeugdarts af en in maart start hij de 2e fase opleiding tot arts M+G. Als onderdeel van de serie ‘5 vragen aan’ maken we kennis met Hajo en zijn werk als jeugdarts.

Wat houdt je werk als jeugdarts in?

‘Ik werk als jeugdarts vooral op middelbare scholen. Daar houd ik samen met jeugdverpleegkundigen de gezondheid van leerlingen nauwkeurig in de gaten. Stuiten ze op complexe problemen of vragen, dan word ik ingeschakeld. Dat kan van alles zijn: kinderen die lichamelijk ziek zijn of kinderen die psychisch niet goed in hun vel zitten. Een van mijn kerntaken is om de oorzaken achter die klachten te duiden. Zo kunnen we onnodige vertragingen voorkomen en zorg je dat kinderen snel de juiste zorg krijgen. Ook richt ik me op zaken als ziekteverzuim; wat gaat er schuil achter verzuimgedrag en hoe kunnen we de jongere helpen? Ook ben ik ben als arts aanspreekpunt voor de jeugd en een belangrijke schakel tussen jongeren – en hun familie –, de school en andere betrokkenen zoals behandelaars.’

Waarom heb je gekozen voor het vak?

‘Ik heb eerst een tijdje in de psychiatrie gewerkt. In die tijd ik dacht goed na over wat ik nou écht het leukste vond om te doen binnen de zorg. Ik kwam tot de conclusie dat ik huisartsgeneeskunde, psychiatrie en kindergeneeskunde de drie meest interessante disciplines vond en daar heb ik in mijn werk als jeugdarts nu een mooie combinatie in gevonden. Het keuzecoschap was een van de meest waardevolle momenten in mijn besluitvorming. Tijdens het coschap in de jeugdgezondheidszorg verdiepte ik mij in de dagelijkse werkzaamheden van een jeugdarts en ontdekte ik hoeveel je voor jongeren kunt betekenen. Omdat je vaak in een vroege fase betrokken raakt bij iemands klachten, kun je als jeugdarts veel problematiek voorkomen. Je herkent de medische en sociaalpsychologische oorzaken en zorgt dat de klachten niet toenemen. Zo kun je voorkomen dat jongeren later met verergerde klachten naar bijvoorbeeld het ziekenhuis of een andere specialist moeten. Dat is voor mij een belangrijke reden waarom ik voor het vak heb gekozen.’

Wat vind jij het meest uitdagende in jouw werk?

‘Het meest uitdagende is zonder twijfel het zoeken van verbinding met degene die tegenover je zit. Al helemaal wanneer het om psychische of sociale problemen gaat, want dan speelt er vaak ook enige schaamte of onzekerheid mee. Toch is het cruciaal om die verbinding te maken en dusdanig in gesprek gaan dat jongeren open kunnen zijn en durven te vertellen waar zij mee zitten. Dat is altijd maatwerk, altijd een zoektocht. Er is geen standaardgesprek wat voor iedereen werkt, je zoekt telkens opnieuw naar interesses of andere mogelijkheden om op aan te haken om het gesprek op gang te krijgen. Tegelijkertijd vind ik dit ook het mooiste aan mijn werk. Niks geeft meer voldoening dan wanneer het lukt een open gesprek gaande te krijgen. Bovendien is het ook dé manier om achter de oorzaken van de klachten te komen.

Naast mijn opleiding tot jeugdarts – die ik afgelopen jaar heb afgerond – start ik in maart met de 2e faseopleiding tot arts maatschappij en gezondheid. Wat ik daar zo aantrekkelijk aan vind, is dat ik naast mijn uitvoerende rol als jeugdarts dan ook meer kan meedenken over vraagstukken, beleid en richtlijnen op landelijk niveau. Zo kun je voor grotere groepen het verschil maken. Ik zie bijvoorbeeld een kans om het onderwerp psychische en mentale gezondheid op basis- en middelbare scholen meer onder de aandacht te brengen. Leerlingen krijgen wel al veel voorlichting over lichamelijke gezondheid, maar het mentale aspect ontbreekt. Dat lijkt mij juist een hele waardevolle toevoeging aan het lespakket, omdat leerlingen dan op een jonge leeftijd al leren omgaan met stress en andere psychische klachten.’

Welke ervaringen in of tijdens je werk hebben de meeste indruk op jou gemaakt?

‘Eén van de eerste dingen die in mij opkomt, is een geval van mogelijke kindermishandeling bij een meisje van twaalf. Ze had gescheiden ouders, die mij ieder een compleet ander verhaal vertelde. Moeder beweerde dat vader zijn nieuwe vriendin fysiek zou mishandelen en dat het kind daar getuige van zou zijn. Vader vertelde mij dat de moeder hem alleen zwart probeerde te maken. Ik vond het bijzonder lastig om open en neutraal contact te onderhouden met kind én beide ouders, zonder oordelen te vellen. Uiteindelijk heb ik voor deze casus samen met Veilig Thuis onderzocht wat er precies speelde en of er sprake was van gevaar of risico voor het kind was. Uiteindelijk konden we haar, en haar ouders, de juiste zorg en begeleiding bieden. Een leerzame ervaring voor mij en – nog belangrijker – een positieve uitkomst voor het kind.’

Welke tip wil je meegeven aan toekomstige aios jeugdartsen of aios arts M+G?

‘Bouw relaties met andere aiossen en collega’s op! Het klinkt vanzelfsprekend, maar het is onwijs belangrijk. Ik heb in mijn opleiding tot jeugdarts heel leuke vriendschappen opgebouwd. En het is heel fijn om te kunnen overleggen of je hart te kunnen luchten wanneer dat nodig is.’

 

2021-01-21T15:23:18+00:00